Ruim 60% van de kerken in Vlaanderen komt in aanmerking voor neven- of herbestemming
In 2025 moesten alle Vlaamse gemeenten, de kerkfabrieken en de bisdommen een gezamenlijk kerkenbeleidsplan opmaken voor de toekomstige bestemming van de parochiekerken. Alle kerkenbeleidsplannen werden goedgekeurd door de bisschop en het gemeentebestuur en zijn vastgelegd in een gemeenteraadsbesluit.
Het Platform Toekomst Parochiekerken maakte, in opdracht van minister Crevits, een grondige analyse van alle ingediende kerkenbeleidsplannen. De analyse biedt een inzicht in de tendensen en toekomstplannen van de gemeenten en kerkfabrieken. Via het Platform Toekomst Parochiekerken ondersteunt Vlaanderen hen in het neven- of herbestemmen van parochiekerken. Er worden elke bestuursperiode vanuit Vlaanderen ook middelen voorzien voor de ondersteuning van zulke projecten. Ook lokale besturen en provincies ondersteunen kerkfabrieken bij her- en nevenbestemmingsprojecten via subsidies en inhoudelijke begeleiding.
Parochiekerken vandaag: meer dan enkel vieringen
Het aantal parochiekerken in Vlaanderen daalde de afgelopen 10 jaar met een tiende. Er zijn in Vlaanderen zo’n 1.600 parochiekerken, waarvan zo’n 300 in elke provincie en gemiddeld 5 à 6 kerken per gemeente. In 2013 waren dat er nog 1786. Daarvan hebben sinds 2013 zo’n 377 parochiekerken (21%) al een sterk gewijzigde invulling gekregen: in 206 kerken is er sprake van een nevenbestemming. Dat houdt in dat het kerkgebouw naast de oorspronkelijke religieuze functie (de eredienst) ook voor andere, vaak maatschappelijke of culturele activiteiten wordt gebruikt. Het aantal kerkgebouwen dat een volledig nieuwe invulling kreeg, ligt lager: 171 parochiekerken werden sinds 2013 aan de eredienst onttrokken. Bij de meesten daarvan gaat het om een herbestemming.
In totaal werden aan de hand van de kerkenbeleidsplannen 1527 kerken in Vlaanderen geanalyseerd, waarvan ongeveer de helft eigendom is van de gemeenten, de andere helft van de kerkfabrieken. In meer dan vier op de vijf van de 1527 kerken vinden op vandaag eucharistievieringen of gebedsdiensten plaats. Van deze kerken wordt slechts 20% enkel en alleen voor liturgische diensten gebruikt. Bij de grote meerderheid (80%) gebeurt vandaag dus meer dan enkel vieringen of diensten. Er gaan ook andere activiteiten door van bijvoorbeeld gemeenten, scholen, cultuurorganisaties of verenigingen. Het toont dat vormen van mede- of nevengebruik van parochiekerken een concrete realiteit op het terrein is.
Kerkgebouwen situeren zich vaak in het hart van een gemeenschap en bieden heel wat potentieel om in te zetten op ontmoeting en verbinding. Tegelijk vragen ze, omwille van hun omvang en bijzondere aard, grote inspanningen op vlak van onderhoud en middelen, maar ook op het vlak van engagement binnen de lokale geloofsgemeenschap.
Toekomst van kerken
De kerkenbeleidsplannen vormen een formele afstemming tussen de kerkelijke en de burgerlijke overheid over de toekomstige mogelijkheden voor de her- en nevenbestemming van parochiekerken. Uit de analyse blijkt dat de huidige besturen overwegen om 6 op de 10 kerken te her- of nevenbestemmen. Dat is opvallend meer dan de resultaten uit een studie naar de kerkenbeleidsplannen van Parcum in 2021.
De verhouding tussen neven- en herbestemmingen zijn ongeveer gelijk:
- 12% overweegt nevenbestemming als enige optie
- 15% overweegt herbestemming als enige optie
- de overige 33,5% onderzoekt nog of het neven- of herbestemming wordt, of dat het bij culturele valorisatie of religieus medegebruik blijft.
- 7 kerken worden in overweging genomen voor gedeeltelijke sloop, 2 voor volledige sloop. Zo wordt in Maasmechelen de herbestemmingsopties onderzocht om de ‘Maagd der Armenkerk van Mariaheide’ volledig te slopen in functie van nieuwbouwontwikkeling en zal de Heilig Sacramentkerk te Berchem effectief volledig gesloopt worden om vanaf 2027 plaats te maken voor een sociaal nieuwbouwproject van de sociale woonmaatschappij ‘Woonhaven Antwerpen’.
- Bij 441 kerken (28,8%) is herbestemming minstens ‘een’ optie, waarvan 64 in West-Vlaanderen, 89 in Oost-Vlaanderen, 75 in Vlaams-Brabant, 94 in Antwerpen en 199 in Limburg.
Beweging in het veld
Algemeen tonen de kerkenbeleidsplannen een duidelijke en structurele evolutie naar een nieuw evenwicht in het gebruik van de kerkgebouwen in Vlaanderen. De meeste gemeenten hebben nog geen toekomstige invulling voor ogen. Een vijfde heeft wel al een idee en zegt de kerk te willen herbestemmen in functie van cultuur of de lokale gemeenschap. De kerkenbeleidsplannen formuleren voor elke Vlaamse kerk een intentie voor de toekomstige bestemming ervan, die ofwel tijdens de huidige bestuursperiode (2025–2031) of op langere termijn verder wordt geconcretiseerd. De uitdaging voor de lokale besturen en hun kerkfabrieken ligt in het omzetten van deze intenties naar duurzame realisaties. Dat vraagt om een verdere uitwerking tot concrete plannen met bijhorende budgetten en begeleiding. Het Platform Toekomst Parochiekerken biedt hierbij professionele ondersteuning aan de gemeenten en de kerkfabrieken.
Heilig Hartkerk in Gent na herbestemming
Ontmoeting en verbinding
“Gemeenten waren verplicht om in samenwerking met kerkfabrieken en bisdommen een kerkenbeleidsplan op te maken en in te dienen bij Vlaanderen”, geeft Vlaams minister van Binnenland Hilde Crevits aan. “We hebben daardoor een goed zicht op de toekomstplannen. De lokale besturen en de kerkfabrieken worden op die manier ook gestimuleerd om gezamenlijk na te denken over de toekomst van de kerken op hun grondgebied. Kerkgebouwen situeren zich vaak in het hart van een gemeenschap en bieden heel wat potentieel om in te zetten op ontmoeting en verbinding. Tegelijk vragen ze, omwille van hun omvang en bijzondere aard, grote inspanningen op vlak van onderhoud en middelen, maar ook op het vlak van engagement binnen de lokale geloofsgemeenschap. Daarom moedigen we het vanuit Vlaanderen aan om zinvol na te denken over bestemming van onze kostbare kerken. Lokale besturen of kerkfabrieken die een nieuwe bestemming of een nevenbestemming aan hun kerk willen geven, kunnen rekenen op steun vanuit Vlaanderen.”
De volgende stap
“We zien dat kerkfabrieken zich steeds meer openstellen voor multifunctioneel gebruik, neven- of herbestemming en we juichen dit toe”, stelt Mgr. Lode Aerts namens de Vlaamse Bisschoppen. “We beseffen dat dit enkel kan dankzij de inzet van vele vrijwilligers. Kerkgebouwen hebben een emotionele waarde in een buurt, ook voor niet-kerkgangers, en daarom moet er bij herbestemming gewerkt worden aan constructieve oplossingen die zowel gelovigen als niet-gelovigen ten goede komen. De kerkfabrieken en de bisdommen zetten zich hier steeds meer voor in.”
“De gemeenten hebben samen met de kerkfabrieken en bisdommen intensief gewerkt aan toekomstplannen voor de parochiekerken”, besluit Wim Dries (VVSG). “De volgende stap is om die plannen in uitvoering te brengen. De financiële uitdaging is echter groot; een gemeente kan dit niet altijd alleen dragen. Daarom kijken we ook naar andere spelers, zowel uit de privé als uit de publieke sfeer, om de plannen samen te concretiseren.”