NYMA-watertoren bekroond als voorbeeldige herbestemming
Industrieel baken op de fabriekshal
De watertoren dateert uit 1929 en maakte oorspronkelijk deel uit van de kunstzijdespinnerij NYMA, waar water nodig was voor het productieproces. Anders dan klassieke vrijstaande watertorens werd dit exemplaar niet naast, maar in of op de fabriekshal gebouwd, waardoor toren en hal constructief één geheel vormen. Die uitzonderlijke inplanting maakt de toren tot een zeldzaam stuk industrieel erfgoed en tegelijk tot een bijzonder complexe restauratieopgave.
Van kwetsbaar betonskelet naar bruikbaar volume
De toren kreeg in 2012 de status van gemeentelijk monument en bleef als herkenbaar baken overeind op het voormalige fabrieksterrein. Door de slechte verankering van de bakstenen buitenwanden ontstond echter valgevaar, waardoor de gemetselde huid al vóór de definitieve financiering moest worden verwijderd. Wat overbleef, was in essentie een betonnen skelet dat tegelijk kwetsbaar en kansrijk bleek.
Herbestemming met publiek programma
Architectenbureau Eek en Dekkers tekende voor het ontwerp van de transformatie. Het bureau vertrok vanuit het overgebleven betonnen skelet van de toren en gaf het monument een nieuw programma met horeca, flexibele ruimten voor workshops, exposities en bijeenkomsten, en een panoramabar bovenin. De opgave bestond erin om de industriële identiteit van de toren herkenbaar te houden, maar tegelijk voldoende comfort, toegankelijkheid en gebruikskwaliteit toe te voegen voor een hedendaagse publieke functie. Onderaan is plaatsgemaakt voor horeca, op de tussenverdiepingen bevinden zich ruimten voor workshops, exposities, vergaderingen en evenementen, en bovenin ligt Drup Panoramabar met uitzicht over Nijmegen en de Waal. Daarmee verschuift de toren van gesloten industrieel object naar publiek toegankelijk gebouw.
Restauratie, duurzaamheid en exploitatie in één aanpak
Vooral de manier waarop de ingreep oud en nieuw met elkaar verbindt, is relevant in dit referentieproject. De bestaande constructie werd niet louter geconserveerd, maar opnieuw bruikbaar gemaakt voor een hedendaags programma. Nieuwe CLT-vloeren, isolatie met glaswol uit gerecycleerd materiaal, zonthermie en het gebruik van pv-panelen op het dak van de NYMA-fabriek maken deel uit van de duurzame aanpak. De herbestemming toont zo hoe restauratie en verduurzaming elkaar kunnen versterken wanneer de bestaande structuur als uitgangspunt wordt genomen.
Financiering als sleutel tot behoud
De financiering was, zoals vaak bij complexe erfgoedprojecten, een beslissende factor. De herontwikkeling kwam tot stand met steun van onder meer de provincie Gelderland, de gemeente Nijmegen, het Nationaal Restauratiefonds, OostNL en Triodos Bank. Volgens Herbestemming.nl was klassieke bancaire financiering voor deze opgave niet vanzelfsprekend, onder meer door de uitzonderlijke constructieve situatie van een toren op een bestaand gebouw. De casus illustreert daarmee hoe erfgoedherbestemming vaak pas haalbaar wordt door een combinatie van publieke steun, maatschappelijke financiers en een exploitatiemodel met toekomstwaarde.
Vooral de manier waarop de ingreep oud en nieuw met elkaar verbindt, is relevant in dit referentieproject
Nieuwe betekenis voor het NYMA-terrein
De Watertorenprijs beoordeelt herbestemmingen op vier criteria: respect voor bestaande kwaliteiten, meerwaarde door de combinatie van oud en nieuw, functionele geschiktheid en duurzaamheid. De NYMA-watertoren scoort precies op die samenhang. De toren blijft herkenbaar als industrieel baken, krijgt een duidelijke publieke functie en wordt ingebed in een ruimer gebied waar creatieve ondernemers, horeca, sport, kunst en cultuur samenkomen.
Voorbeeldproject voor industrieel erfgoed
De officiële opening op 7 mei 2026 maakte de transformatie tastbaar voor het publiek. Waar de toren jarenlang zichtbaar maar ontoegankelijk was, vormt hij nu een bestemming binnen het Nijmeegse stadsleven. Voor de restauratie- en renovatiesector is de NYMA-watertoren daarom meer dan een geslaagd project in Nijmegen. Het is een voorbeeld van hoe industrieel erfgoed met een complexe bouwkundige uitgangssituatie toch een toekomst kan krijgen, op voorwaarde dat erfgoedwaarde, techniek, duurzaamheid, financiering en exploitatie vanaf het begin samen worden bekeken.
Foto's: Architectenbureau Eek en Dekkers