Eindelijk groen licht voor restauratie Thermae Palace
De beslissing betekent veel meer dan de redding van een iconisch hotel. Ze toont aan hoe beschermde monumenten met een complexe eigendomsstructuur en een zware restauratieopgave toch een toekomst kunnen krijgen wanneer publieke investeringen en private exploitatie elkaar versterken. Vlaanderen voorziet hiervoor 42,5 miljoen euro, waardoor eerdere plannen voor een hoogbouw naast het monument en de verhuis van Mu.ZEE definitief van tafel zijn. De restauratie kan zich daardoor volledig richten op het herstel en de herbestemming van het historische complex.
Erfgoed in een agressief klimaat
Toen Thermae Palace in 1933 de deuren opende, gold het als een van de meest prestigieuze hotels van Europa. Het ontwerp van Alban Chambon en Marcel Chabot vormt samen met de Koninklijke Gaanderijen nog altijd een van de meest markante voorbeelden van monumentale kustarchitectuur uit het interbellum.
Bijna een eeuw blootstelling aan zout, wind en vocht heeft echter diepe sporen nagelaten. Waterinsijpeling, chloridebelasting en achterstallig onderhoud veroorzaakten aantasting van de betonstructuur, schade aan natuursteen, verouderd schrijnwerk en sterk verouderde technische installaties. Anders dan bij veel restauratieprojecten gaat het hier niet om één dominante problematiek, maar om een opeenstapeling van bouwkundige uitdagingen die elkaar versterken.
Precies daarom wordt Thermae Palace een interessante casestudy voor de sector. Vrijwel alle klassieke restauratiedisciplines komen er samen: betonherstel, natuursteenrestauratie, conservering van historisch schrijnwerk, integratie van moderne technieken en het verbeteren van de energieprestaties binnen de beperkingen van een beschermd monument.
Onderzoek als fundament
Nog voor de eerste steiger wordt geplaatst, start een intensieve onderzoeksfase. Restauratiearchitecten brengen samen met materiaalspecialisten, stabiliteitsingenieurs en bouwhistorici de bestaande toestand volledig in kaart. Historische plannen worden vergeleken met 3D-laserscans en fotogrammetrische opmetingen, terwijl betonboringen, chloride- en carbonatatietesten, vochtmetingen en natuursteenanalyses de technische conditie van het gebouw in detail blootleggen. Dat onderzoek bepaalt welke onderdelen kunnen worden geconserveerd en waar reconstructie noodzakelijk is. Anders dan bij nieuwbouw ligt het restauratieontwerp immers nooit volledig vast. Tijdens de uitvoering komen vaak verborgen constructies, vroegere verbouwingen of bijkomende schade aan het licht die aanleiding geven tot aangepaste oplossingen.
Betonherstel vraagt maatwerk
Een van de grootste uitdagingen bevindt zich letterlijk onder het oppervlak. De gewapende betonstructuur werd decennialang blootgesteld aan een uitzonderlijk agressief zeeklimaat. Chloriden dringen via scheuren en poreuze zones in het beton door en breken de natuurlijke bescherming rond de wapening af. Het gevolg is corrosie, waardoor het staal uitzet en betonschollen loskomen. Het herstel beperkt zich daarom niet tot het vervangen van beschadigd beton. Eerst worden alle aangetaste zones selectief verwijderd tot op gezond materiaal. Vervolgens wordt de wapening mechanisch ontroest en gecontroleerd op sectieverlies. Waar nodig worden nieuwe wapeningsstaven aangebracht voordat de constructie wordt heropgebouwd met minerale restauratiemortels waarvan druksterkte, elasticiteitsmodulus en thermische uitzetting afgestemd zijn op het oorspronkelijke beton. Alleen zo kunnen nieuwe spanningen en vroegtijdige scheurvorming worden vermeden.
Op plaatsen waar chloridebelasting een blijvend risico vormt, kunnen bijkomende beschermingsmaatregelen zoals corrosieremmers of kathodische bescherming de levensduur van de bestaande constructie verder verlengen.
De beslissing betekent veel meer dan de redding van een iconisch hotel. Ze toont aan hoe beschermde monumenten met een complexe eigendomsstructuur en een zware restauratieopgave toch een toekomst kunnen krijgen wanneer publieke investeringen en private exploitatie elkaar versterken.
Maximale conservering
Ook voor de gevels geldt het restauratieprincipe van minimale ingreep. Originele natuursteen wordt zoveel mogelijk behouden en slechts voorzichtig gereinigd met technieken zoals waterverneveling, lage-drukstoom of micro-abrasieve reiniging. Alleen wanneer de structurele stabiliteit of duurzaamheid in het gedrang komt, wordt overgegaan tot vervanging door natuursteen met identieke petrografische eigenschappen.
Diezelfde filosofie geldt voor het historische schrijnwerk. Originele raamprofielen worden waar mogelijk hersteld met traditionele houtverbindingen of lokale restauraties. Enkel technisch onherstelbare onderdelen worden vervangen, steeds met respect voor de oorspronkelijke detaillering. Tegelijk vormt de integratie van performante beglazing een belangrijk aandachtspunt. Dun monumentenglas of vacuümglas biedt vandaag mogelijkheden om de thermische prestaties te verbeteren zonder het historische aanzicht ingrijpend te wijzigen.
Moderne technieken achter historische gevels
Niet alleen de gebouwschil vraagt bijzondere aandacht. Ook de volledige technische uitrusting moet worden vernieuwd. HVAC-installaties, ventilatie, elektrische voorzieningen, brandveiligheid, databekabeling en gebouwbeheersystemen moeten worden geïntegreerd in een beschermd gebouw dat daar oorspronkelijk nooit voor ontworpen werd.
De ontwerpteams zullen daarom maximaal gebruikmaken van bestaande leidingschachten, dienstgangen en technische ruimtes om nieuwe installaties zo onzichtbaar mogelijk in te passen. Ook energetisch blijft het zoeken naar evenwicht. Buitenisolatie is uitgesloten, waardoor de winst vooral moet komen uit performantere technieken, efficiënte klimaatregeling, hoogrendementsbeglazing waar mogelijk en zorgvuldig toegepaste binnenisolatie op plaatsen zonder erfgoedwaarde.
Referentie voor toekomstige restauraties
De goedkeuring van de samenwerkingsovereenkomst betekent niet dat de restauratie morgen begint. Eerst volgen nog verdere ontwerpstudies, vergunningen en aanbestedingen. Toch is de richting nu definitief bepaald. Voor de restauratiesector wordt Thermae Palace veel meer dan de herbestemming van een historisch hotel. Het project toont hoe hedendaagse monumentenzorg steeds meer steunt op een geïntegreerde aanpak waarin bouwhistorisch onderzoek, materiaalanalyse, digitale opmetingen, restauratietechnieken en gespecialiseerd vakmanschap samenkomen. Wanneer de eerste steigers straks verschijnen aan de Oostendse zeedijk, start dan ook niet alleen de restauratie van een iconisch gebouw, maar ook een werf die de komende jaren ongetwijfeld als referentie zal dienen voor vergelijkbare erfgoedprojecten in België.
Wat werd nu precies beslist?
Na het akkoord binnen de Vlaamse Regering keurde ook de gemeenteraad van Oostende op 29 juni 2026 de aangepaste samenwerkingsovereenkomst goed. Daarmee ligt het juridische en financiële kader voor de restauratie van Thermae Palace en de Koninklijke Gaanderijen definitief vast.
De belangrijkste afspraken:
- Vlaanderen investeert 42,5 miljoen euro in de restauratie van het erfgoedcomplex. Daarvan is 12,5 miljoen euro afkomstig van Toerisme Vlaanderen voor de ontwikkeling van congres- en zakelijke toeristische infrastructuur.
- Thermae Palace behoudt zijn hotelbestemming. Het gebouw wordt herontwikkeld als een hedendaags hotel met congresfaciliteiten, wellness en evenementenruimten. De exploitatie komt volledig in handen van Restotel.
- De omstreden hoogbouw verdwijnt definitief uit de plannen. Dankzij de bijkomende Vlaamse middelen is een torengebouw als financiële hefboom niet langer nodig.
- Ook de verhuis van Mu.ZEE naar Thermae Palace gaat niet door. Daardoor kan het restauratieproject zich volledig concentreren op de oorspronkelijke hotel- en congresfunctie.
- De Koninklijke Gaanderijen blijven volledig publiek eigendom. Niet alleen de monumentale gaanderijen zelf, maar ook de onderliggende gronden worden eigendom van de stad Oostende.
- De stad krijgt meer zeggenschap. Oostende krijgt een volwaardige vertegenwoordiger in de raad van bestuur van de projectvennootschap en belangrijke strategische beslissingen vereisen unanimiteit. Bovendien behouden de stad, de Vlaamse overheid en PMV voorkoop- en voorkeurrechten bij eventuele eigendomsoverdrachten.
Met deze afspraken willen de partners vermijden dat economische belangen op termijn primeren op de erfgoedwaarde van het beschermde monument. Tegelijk moet de combinatie van publieke garanties en private exploitatie voldoende financiële zekerheid bieden om de restauratie daadwerkelijk uit te voeren en het gebouw ook op lange termijn duurzaam te beheren.
Beelden © Thermae Palace