Vrijstellingenbesluit: NAV ziet mogelijke uitweg in minimale kennisgeving
Met het wegvallen van de vergunningsplicht schrapt men ook de automatische verplichting tot tussenkomst van een architect. Dat is geen interpretatie, maar een juridische realiteit die intussen ook door minister Brouns wordt erkend. In de plaats komt een beroep op de zorgvuldigheidsplicht: wie werken uitvoert die de stabiliteit raken, moet zich laten bijstaan door een architect, ingenieur of “gekwalificeerde deskundige”.
Verplichte kwaliteitsbewaker
De duidelijke rol van de architect als verplichte kwaliteitsbewaker gaat dus op de schop. Voortaan volstaat het om beroep te doen op een onbepaalde categorie van “deskundigen”. Wat die term precies inhoudt, blijft onduidelijk. Anders dan het beroep van architect is ze niet beschermd, niet gereguleerd en hangt ze niet samen met een sluitend aansprakelijkheids- en verzekeringskader.
Groter risico bij faillissementen
Ook de link met de verzekeringsplicht van de aannemer heeft de regering doorgeknipt. De tienjarige aansprakelijkheid blijft bestaan, maar de verplichte verzekering – die net gekoppeld was aan de tussenkomst van een architect – geldt niet langer automatisch in deze situaties. Minister Brouns verdedigt deze keuze vanuit vertrouwen: vertrouwen dat burgers verstandig handelen, en dat professionals hun verantwoordelijkheid opnemen. Maar de vraag is of vertrouwen volstaat als systeem. De praktijk van de bouw leert dat fouten gebeuren, dat aannemers faillietgaan en dat schade vaak pas jaren later zichtbaar wordt. Precies daarom was de verplichte tussenkomst van de architect geen formaliteit, maar een structurele waarborg op kwaliteit en bescherming.
Voor alle duidelijkheid: NAV is groot voorstander van administratieve vereenvoudiging en het versoepelen van het vergunningsproces. Maar vereenvoudiging zonder duidelijke randvoorwaarden creëert geen efficiëntie, wel onzekerheid. En raakt aan de bescherming van de consument en de kwaliteit van het (ver)bouwproces.
Vereenvoudiging zonder duidelijke randvoorwaarden creëert geen efficiëntie, wel onzekerheid, en raakt aan de bescherming van de consument en de kwaliteit van het (ver)bouwproces
Gefronste wenkbrauwen
Uit de bespreking van het Vrijstellingenbesluit in het Vlaams Parlement op 12 maart bleek dat onze bezorgdheden breed gedeeld worden. Parlementsleden van Vooruit, N-VA, Anders en Groen vroegen er om een oplossing. De minister verdedigde weliswaar het genomen besluit, maar sloot verdere ‘verduidelijking’ niet uit en wou dit met NAV bespreken.
Eenvoudige oplossing: kennisgeving
NAV ziet een mogelijke uitweg in een minimale kennisgeving: geen vergunning, maar een eenvoudig bericht aan de vergunningverlener met vermelding van het tabelnummer van de betrokken architect. Door dit gelijk te stellen aan een ‘voorafgaande toelating tot bouwen’ wordt de koppeling met verantwoordelijkheid, verzekering en kwaliteit hersteld.
Dat zou de essentie van het systeem behouden, zonder terug te vallen in overregulering. Want uiteindelijk is de vraag niet of we minder regels willen. De vraag is of we een bouwpraktijk willen waarin nog vooraf gedacht wordt aan kwaliteit en bescherming – of pas achteraf, wanneer het te laat is.