Stedelijk knooppunt waar jeugd, kunst en gemeenschap elkaar kruisen
Het project vertrekt van het kloosterhoofdgebouw uit 1937 van Victor Broos, dat in hoofdstructuur behouden en zorgvuldig gerenoveerd werd. Het rigide cellenblok maakte plaats voor nieuwbouwvolumes die de site openen naar park en wijk en het programma van academie, conservatorium en circusschool ruimtelijk kunnen dragen. Waar het klooster vroeger naar binnen gekeerd was, introduceerde LAVA een netwerk van doorgangen, zichtlijnen en publieke ruimtes dat de site leesbaar maakt als open cultuurcampus. De voormalige kloostergangen functioneren nu als ruggengraat van het circulatiesysteem en koppelen historische kamers aan nieuwe studio’s, sport- en circuszalen en een theaterzaal in de voormalige kapel.
Stapelen, delen en scheiden van functies
De ontwerpopgave bestond erin uiteenlopende gebruiksprofielen – muziek, dans, circus, turnen – te verzoenen in één compact bouwblok. LAVA zet in op functies slim stapelen, intensief delen waar het kan en zorgvuldig scheiden waar het moet. Grote volumes zoals sport- en circuszalen zijn geconcentreerd in de nieuwbouw, waar overspanningen en plafondhoogtes vrijer te organiseren zijn. Akoestisch gevoelige lokalen voor muziek en woord krijgen een meer introverte positie in het gerenoveerde klooster, met voldoende massa en bouwkundige inertie. De circulatiezones en foyers zijn bewust ruimer en transparant uitgewerkt, zodat ze als informele ontmoetingsruimte en buffer tussen lawaaierige en stille functies functioneren. Een mooi voorbeeld is de theaterzaal in de voormalige kapel, waar volumeschaal en verticaliteit bewaard blijven, maar aangevuld worden met eigentijdse tribunes, backstage en technische installaties.
Erfgoed als actieve drager
Het klooster fungeert niet als louter decor, maar als structurele drager voor een hedendaags cultureel programma. Trappenhuizen, gangen en voormalige cellen zijn opgefrist en selectief opengebroken, samengevoegd of verdubbeld, zodat nieuwe spel- en leerruimtes ontstaan met duidelijk leesbare sporen van het verleden. Baksteen, natuursteen en andere elementen uit het gesloopte cellenblok zijn maximaal hergebruikt in nieuwbouw en buitenruimte, wat de continuïteit tussen oud en nieuw versterkt en de materiaalimpact verlaagt. De relatie met het park is uitgewerkt als een reeks drempels van publiek naar intern, met zichtlijnen en toegangen die de afstand tussen buurt en campus verkleinen.
Low-tech CO₂-neutraliteit
De vernieuwde site ambieert CO₂-neutraliteit met een overwegend low-tech benadering. Een BEO-veld en fotovoltaïsche panelen vormen de basis van een fossielvrije energievoorziening, terwijl de performante gebouwschil de energievraag beperkt. De nieuwbouw is bovendien ontworpen op basis van gericht bomenonderzoek, zodat de bestaande groenstructuur maximaal behouden blijft. Regenwaterrecuperatie vermindert dan weer zowel ecologische voetafdruk als exploitatiekosten.
Door gedeelde ruimtes – foyers, circulatie, polyvalente lokalen – te maximaliseren, daalt de oppervlakte per gebruiker en daarmee de materiaal- en energie-intensiteit per activiteit. Hergebruikte baksteen en andere secundaire materialen onderstrepen de circulaire ambitie.
Brede school en stedelijke schakel
De site is opgezet als brede school, waar onderwijs, vrije tijd en buurtwerking in elkaar grijpen. Overdag domineren lessen en repetities, ’s avonds en in het weekend verschuift de focus naar voorstellingen, (kunst)evenementen en buurtgebruik.
Stedenbouwkundig functioneert de Paul Van Ostaijensite als scharnier tussen park, woonwijk en stedelijke infrastructuren rond de ring. De combinatie van de open programmering en de uitnodigende architectuur transformeert de vroegere klooster enclave tot een stedelijk knooppunt waar jeugd, kunst en gemeenschap elkaar kruisen.
Foto’s © LAVA