Kunst, theater en herinnering onder één dak in Kongresshalle Nürnberg
Van nazitorso tot cultuurproject
De Kongresshalle werd in de jaren dertig als monumentale congreszaal voor 50.000 NSDAP‑afgevaardigden gepland en bleef na 1945 als onafgebouwd nazi-overblijfsel in het stadsweefsel achter. Lange tijd markeerde het complex vooral de belastende rol van Nürnberg als “Stadt der Reichsparteitage”, met beperkte herbestemming, veel leegstand en verval. Met de beslissing om het gebouw structureel te koppelen aan het Dokumentationszentrum Reichsparteitagsgelände en er tegelijk een nieuw cultuurhuis in onder te brengen, kiest de stad nu expliciet voor transformatie in plaats van verder verval of verdringing.
Het Kulturareal Kongresshalle in cijfers en functies
De stad ontwikkelt de Kongresshalle tot een “Ort der Kunst und Kultur” met twee pijlers: een nieuwe speelplek voor het Staatstheater Nürnberg en de zogenaamde “Ermöglichungsräume” voor de vrije kunst‑ en cultuurscène. In vier van de zestien segmenten van de rondbouw wordt meer dan 7.000 m² bruikbare oppervlakte gecreëerd voor productie en presentatie: ateliers, werkplaatsen, studio‑bühnes, repetitieruimtes, tentoonstellingsplekken, venues en ontmoetingsruimten. Zes andere segmenten worden bouwkundig geactiveerd voor publieksfuncties van het theater – van entree en foyer over ticketing en gastronomie tot circulatie en techniek – zodat historisch casco en nieuw gebruik ruimtelijk in elkaar grijpen. Met een investeringsvolume van bijna 300 miljoen euro groeit het project uit tot een van de grootste cultuur‑ en bouwdossiers van Duitsland, waarbij Bund, Freistaat Bayern en de stad Nürnberg in een gezamenlijke structuur moeten instaan voor de financiering.
Hun plan omvat zowel een nieuwe theaterbouw in de binnenhof als de integratie van foyer‑, publieks‑ en cultuurfuncties in de bestaande rondbouw
LRO en Reisch: architectuur tussen terughoudendheid en ingreep
De architecturale sleutelrol ligt bij het bureau LRO GmbH & Co. KG uit Stuttgart, dat samen met bouwonderneming Reisch de opdracht kreeg voor de uitbouw van de Kongresshalle voor culturele doeleinden. Hun plan omvat zowel een nieuwe theaterbouw in de binnenhof als de integratie van foyer‑, publieks‑ en cultuurfuncties in de bestaande rondbouw. De nieuwbouw van het Staatstheater – met toneeltoren, orkestbak, orkest‑ en repetitieruimtes en een zaal voor circa 800 toeschouwers – is slechts via smalle verbindingsstukken gekoppeld aan de historische schil, zodat de ingreep duidelijk leesbaar, maar constructief beperkt blijft. Architectonisch kozen LRO en Reisch voor een ingetogen vormentaal: de toevoeging moet functioneel krachtig zijn zonder visueel de monumentale nazibouw te overstemmen, en laat bewust veel van het ruwe, onaffe karakter van de Kongresshalle zichtbaar.
‘Ermöglichungsräume’
Parallel aan de theaterplannen werkte de stad, samen met onder meer een adviesbureau, dat gespecialiseerd is in strategie en organisatie voor cultuur, onderwijs en entertainment, en het team KulturKonzepte, een gebruiks‑ en ruimteconcept uit voor de zogenaamde ‘Ermöglichungsräume’ (letterlijk: ruimtes voor mogelijkheden). Vanuit de kandidatuur voor “Kulturhauptstadt Europas 2025” werd eerst de structurele schaarste aan betaalbare productieruimte voor beeldende kunst, muziek, literatuur, theater en dans in kaart gebracht, waarna lokale kunstenaars in een breed participatieproces hun concrete eisen rond oppervlak, daglicht, draagkracht en flexibiliteit konden formuleren. Het resulterende programma voorziet een mix van productieplekken (ateliers, band‑ en dansstudio’s, werkplaatsen) en presentatie‑ en uitwisselingsruimtes (galeries, kleine podia, vergader‑ en projectruimtes), allemaal ondergebracht in de historische segmenten van de Kongresshalle en ontsloten via publiek toegankelijke entrees aan de straatzijde. Doel is een infrastructuur die de lokale scène verankert, internationale samenwerking mogelijk maakt en tegelijk een bewuste omgang met de historische lading van de plek afdwingt.
‘Ermöglichungsräume’
‘Ermöglichungsräume’
‘Ermöglichungsräume’
‘Ermöglichungsräume’
Verbonden met het Dokumentationszentrum
De herbestemming van de Kongresshalle staat niet op zichzelf, maar sluit aan bij de uitbreiding en vernieuwing van het Dokumentationszentrum Reichsparteitagsgelände, dat sinds 2001 in een vleugel van het complex is ondergebracht. Het documentatiecentrum, dat jaarlijks meer dan 250.000 bezoekers trekt, krijgt extra tentoonstellings‑ en leerzones, een grotere foyer, een multifuctionele evenementenruimte en werkplekken voor onderzoek en educatie. Doel is een inclusief, generaties verbindend historisch leer‑ en ontmoetingsplatform uit te bouwen. Wanneer rond 2028 zowel het theater als de Ermöglichungsräume in gebruik zijn, ontstaat rondom het documentatiecentrum een dense constellatie van functies: van educatief bezoek en historische reflectie tot dagelijkse kunstproductie en avondlijke podiumprogrammering. Zo wordt de omgang met het naziverleden niet enkel museaal georganiseerd, maar ruimtelijk en programmatisch verweven met het stedelijke cultuurleven.
De herbestemming van de Kongresshalle staat niet op zichzelf, maar sluit aan bij de uitbreiding en vernieuwing van het Dokumentationszentrum Reichsparteitagsgelände, dat sinds 2001 in een vleugel van het complex is ondergebracht. Het documentatiecentrum
Laboratorium voor omgang met beladen erfgoed
De Nürnbergse aanpak maakt van de Kongresshalle een laboratorium voor de omgang met beladen architectuur: het gebouw blijft als monument zichtbaar en wordt expliciet als nazibouw geduid, maar wordt tegelijk actief toegeëigend door kunsten, cultuur en publiek. Door nieuwe volumes terughoudend vorm te geven, functies transparant te organiseren en de vrije scène nadrukkelijk te betrekken, probeert de stad de balans te vinden tussen respect voor de historische last en een toekomstgericht stedelijk gebruik. Voor andere steden die worstelen met architectuur uit dictatoriale periodes – van Italië tot Oost‑Europa – groeit de ontwikkeling in Nürnberg daarmee uit tot een concreet referentieproject voor hoe transformatie, cultuurpolitiek en herinneringscultuur elkaar kunnen versterken in plaats van blokkeren.