Diest geeft begijnhofpoort nieuwe economische toekomst
Barokke toegangspoort
Het poortgebouw aan de Begijnenstraat vormt de monumentale toegang tot het begijnhof. Het gebouw dateert uit het derde kwart van de 17de eeuw en maakt deel uit van het beschermde begijnhof, dat sinds 1998 tot het UNESCO-werelderfgoed behoort. Het poortgebouw zelf is beschermd als monument sinds 1938. Het begijnhof is bovendien beschermd als cultuurhistorisch landschap.
De blikvanger is de rijk gebeeldhouwde zandstenen barokpoort. De korfboog wordt geflankeerd door twee gordelzuilen op neuten en bekroond door een gekornist hoofdgestel met het opschrift “BESLOTEN HOF / COMT IN MYNEN HOF / MYN SUSTER BRVIT / 1671”. Daarboven bevindt zich een nis met een Onze-Lieve-Vrouwebeeld, omgeven door festoenen, putti en klauwstukken. De Inventaris Onroerend Erfgoed omschrijft de vormgeving als een uitbundige, Rubensiaanse barokstijl. Aan de hofzijde bevindt zich een ijzerzandstenen korfboogarcade met een kleinere baroknis.
De poort is daarmee niet alleen een functioneel toegangselement, maar een belangrijk architecturaal onderdeel van het begijnhofensemble. De restauratie moet dan ook rekening houden met zowel de historische constructie als met de uitgesproken sculpturale detaillering.
Restauratie van binnen- en buitenzijde
De restauratie omvat zowel de buitenkant als de binnenzijde van het poortgebouw. Aan de buitenzijde worden onder meer de dakbedekking, regenwaterafvoeren, het baksteenparement, de natuursteen en het buitenschrijnwerk aangepakt. Binnen worden onder meer het schrijnwerk, de balkstructuren, vloeren en andere historische afwerkingen gerestaureerd of hersteld.
Bij een dergelijk monument is een correcte aanpak van vocht en waterafvoer essentieel. Dakbedekking, goten, afvoerbuizen en aansluitdetails bepalen in belangrijke mate de duurzaamheid van de gebouwschil. Vooral natuursteen en historische mortels zijn gevoelig voor langdurige vochtbelasting en vorst-dooicycli. Herstellingen moeten daarom afgestemd worden op de bestaande materialen en constructiewijze.
De monumentale barokpoort vraagt daarbij een bijzonder zorgvuldige behandeling. De rijk uitgewerkte natuursteenonderdelen, beeldhouwwerk, lijsten en decoratieve elementen moeten zoveel mogelijk behouden blijven. Nieuwe aanvullingen of herstellingen moeten technisch verenigbaar zijn met het historische materiaal en visueel terughoudend worden uitgevoerd.
Nieuwe aanvullingen of herstellingen moeten technisch verenigbaar zijn met het historische materiaal en visueel terughoudend worden uitgevoerd
Nieuwe functie
De nieuwe bestemming vormt een tweede belangrijke pijler van het project. Het poortgebouw wordt omgebouwd tot een kleinschalig bedrijvencentrum met acht praktijklokalen. Eén van de voorziene functies is een groepspraktijk voor psychologen. Andere ruimtes krijgen een multifunctioneel karakter en kunnen worden ingezet voor culturele en publieksgerichte activiteiten.
Daarmee wordt het gebouw niet louter als historisch object behouden, maar opnieuw actief gebruikt. De nieuwe functie moet zich evenwel aanpassen aan de bestaande erfgoedstructuur. Hedendaagse voorzieningen zoals verwarming, ventilatie, elektriciteit, verlichting, sanitair, databekabeling en brandveiligheid moeten worden geïntegreerd zonder waardevolle historische elementen onnodig aan te tasten.
Dat vraagt om een doordachte technische inpassing. Nieuwe leidingen en installaties moeten zoveel mogelijk gebruikmaken van bestaande of minst waardevolle zones. Waar nieuwe scheidingswanden of inrichtingselementen noodzakelijk zijn, ligt een lichte en omkeerbare aanpak voor de hand. Ook onderhoud en toekomstige aanpasbaarheid zijn belangrijke aandachtspunten: installaties moeten bereikbaar blijven zonder dat daarvoor later opnieuw in historische constructies moet worden ingegrepen.
De monumentale barokpoort vraagt om een bijzonder zorgvuldige behandeling
Erfgoed als actief onderdeel van de stad
Het begijnhof van Diest is vandaag al geen afgesloten museumsite. Naast de historische en toeristische betekenis worden verschillende gebouwen gebruikt voor culturele en andere activiteiten. Het poortgebouw krijgt daar nu een nieuwe laag bovenop.
De combinatie van praktijkruimtes en multifunctionele lokalen zorgt ervoor dat het monument opnieuw een dagelijkse gebruiksfunctie krijgt. Tegelijkertijd blijft de schaal van de nieuwe bestemming afgestemd op de historische omgeving.
De totale projectkost wordt geraamd op 529.000 euro. Vlaanderen neemt via het Agentschap Onroerend Erfgoed de helft van de kosten voor zijn rekening. De overige kosten worden gedragen door de private stichting Ad & Frank. De restauratiewerken zijn inmiddels gestart en moeten volgens de huidige planning tegen eind 2027 afgerond zijn.
De herbestemming toont daarmee hoe een beschermd monument opnieuw een functionele plaats kan krijgen zonder zijn historische betekenis te verliezen. De uitdaging ligt niet in het aanpassen van het monument aan een maximaal programma, maar in het zoeken naar een gebruik dat zich laat inpassen in de bestaande erfgoedwaarden.