Van historisch ‘Steen’ naar open jongerenhuis
Historische gelaagdheid als uitgangspunt
Het Duivelsteen – vaak Geeraard de Duivelsteen genoemd – kent een uitzonderlijk gelaagde geschiedenis als ridderverblijf, militair bolwerk, tuchthuis, brandweerkazerne en rijksarchief. Het huidige, bijna “middeleeuws” ogende silhouet is sterk bepaald door de restauratie van Arthur Verhaegen rond 1900, die de burcht opnieuw als gotisch kasteel in scène zette. Nadat het rijksarchief in 2015 verhuisde, stond een groot, gesloten monument leeg in het hart van de stad; de vraag drong zich op hoe dit compacte maar massieve complex opnieuw betekenisvol inzetbaar kon worden.
Een multidisciplinair team met onder meer noAarchitecten voerde een uitgebreid stedenbouwkundig en architecturaal vooronderzoek uit, waarbij het gebouw werd ontleed in verschillende karakters: de Donjon, het “Stone” volume, het “House”, de brug, de tuin, de doorgang en de kade. Vanuit die leesbare deelstructuren werd gezocht naar een toekomstscenario dat respect voor erfgoed koppelt aan een hedendaags programma voor jongeren en wonen.
Het Geeraard de Duivelsteen voor de aanvang van de werken
Een ontbrekende bouwlaag als sleutel
Een van de meest markante ingrepen is de realisatie van de “ontbrekende” houten bouwlaag ter hoogte van de tweede rij ramen, die Verhaegen ooit tekende, maar nooit uitvoerde. Door deze nieuwe verdieping toe te voegen, wordt het volumetrische verhaal van het kasteel als het ware afgemaakt: het silhouet wordt rustiger, logischer en architecturaal samenhangender. Tegelijk is de nieuwe laag duidelijk als hedendaagse toevoeging herkenbaar, dankzij haar materialiteit en detaillering, zodat er geen twijfel bestaat over wat authentiek en wat recent is. Binnenin grijpt noAarchitecten die extra bouwlaag aan om een ontbrekend vloerniveau in te brengen en grotere ruimtes bruikbaar te maken voor hedendaagse activiteiten. De houten structuur verankert zich in de bestaande muren en gewelven, maar blijft leesbaar als een nieuwe laag in de geschiedenis van het gebouw, in lijn met de erfgoedlogica dat toevoegingen omkeerbaar en herkenbaar moeten zijn.
Ruimtelijke herconfiguratie en circulatie
De interne herconfiguratie van het Duivelsteen vertrekt van het principe van “dwalen”: bezoekers en gebruikers moeten zich door het gebouw kunnen bewegen over verschillende routes, waarbij onverwachte uitzichten en diagonale relaties tussen ruimtes ontstaan. Circulaties via torentrappen, bruggen en doorgangen worden geoptimaliseerd, maar niet gerationaliseerd tot één dominante route, zodat het labyrintische karakter behouden blijft.
De Waterhal, de grote ruimte aan de Scheldezijde, wordt opgewaardeerd tot publieke kernruimte. Hier wordt een “theatermeubel” ingevoerd, opgebouwd uit gerecupereerde archiefrekken, dat zitplaatsen, tribune en technische infrastructuur combineert zonder het volume te fragmenteren. Tegelijk wordt het daglichtniveau verhoogd via gerichte openingen en ingrepen, zodat de hal inzetbaar wordt voor expo’s, lezingen of informele bijeenkomsten.
Ook in andere delen van het gebouw worden vaste elementen – trappen, platforms, meubels – ontworpen als scenografische objecten die de schaal van de ruimtes definieerbaar maken zonder de historische structuur te overwoekeren. Zo ontstaat een coherente binnenwereld waarin oude muren, gewelven en sporen zichtbaar blijven, maar aangevuld worden met een lichte, houten infrastructuur voor hedendaags gebruik.
Jongerenplatform en wonen
Programmatisch transformeert het Duivelsteen van archiefdoos tot een open jongerenplek met een sterke focus op experiment, ontmoeting en tijdelijke activiteiten. De werking van Broei, die in Gent ervaring opbouwde met tijdelijke invullingen, wordt verankerd in het gebouw via een reeks polyvalente ruimtes die bewust overmaat hebben. Grote zalen en hallen functioneren als casco’s: vandaag atelier of coworking, morgen debat of performance, overmorgen festivalcentrum.
Naast het jongerenplatform worden vier nieuwe appartementen geïntegreerd in de linkervleugel en in de bovenste laag van de donjon. Deze woonfuncties zorgen voor permanente aanwezigheid in en rond het gebouw, wat zowel voor sociale verankering als voor dagelijkse zorg en toezicht op het monument essentieel is. De architecturale uitwerking van de appartementen blijft ondergeschikt aan de hoofdvolumes; ramen, daken en gevelvlakken worden slechts minimaal aangepast zodat het burchtsilhouet intact blijft.
De combinatie van een open, collectieve programmalaag met beperkte maar betekenisvolle wooninbreng sluit aan bij een bredere stedelijke tendens om erfgoedcomplexen gemengd te programmeren, met gedeeld gebruik en variabele bezetting door de dag en de week heen.
De combinatie van een open, collectieve programmalaag met beperkte maar betekenisvolle wooninbreng sluit aan bij een bredere stedelijke tendens om erfgoedcomplexen gemengd te programmeren, met gedeeld gebruik en variabele bezetting door de dag en de week heen.
Technische modernisering met minimale impact
Technisch gezien ondergaat het Duivelsteen een grondige update: de bestaande installaties dateren nog uit 1975 en voldoen niet langer aan hedendaagse eisen inzake comfort, energie, veiligheid en toegankelijkheid. Het renovatieontwerp introduceert een nieuw pakket voor verwarming, ventilatie, verlichting en beveiliging, waarbij leidingen en toestellen zo veel mogelijk in vloeren, plafonds en secundaire zones worden geïntegreerd.
De bouwfysische uitdaging ligt in het verbeteren van energieprestatie en comfort zonder zware ingrepen in de monumentale buitenschil. De strategie combineert selectieve binnenisolatie, kierdichting en performanter schrijnwerk met een gedoseerde inzet van technieken, zodat het binnenklimaat beheersbaar wordt terwijl gevels en dakvlakken hun historische uitstraling behouden. Voor een gebouw met dik metselwerk en grote, koude volumes wordt ook de regelbaarheid van installaties cruciaal, zodat verschillende zones afzonderlijk gebruikt en beheerd kunnen worden.
Kade en publieke ruimte als interface
Een laatste, maar stedenbouwkundig erg belangrijke ingreep is de aanleg van een nieuwe minerale kade langs de Nederschelde. Deze “renewed Quay” volgt de footprint van de historische kaaimuur en vormt een breed verblijfsplateau dat het kasteel letterlijk aan het water legt. De kade fungeert als uitbreiding van de publieke ruimte: ze maakt een nieuwe toegang mogelijk, vormt een plek om te zitten, te kijken en activiteiten naar buiten te trekken.
Door het gebouw via deze kade te openen, positioneert noAarchitecten het Duivelsteen nadrukkelijk als stedelijke ontmoetingsplek in plaats van een introvert monument. De burcht wordt “guardian of history”, maar tegelijk een genereus kader dat zich naar de stad uitstrekt, in lijn met recente tendensen in erfgoedprojecten waarbij publieke toegankelijkheid en stedelijke inpassing net zo belangrijk zijn als conservering.
Beelden © noAarchitecten