Oudste stationsgebouw van België wordt actieve speler in stedelijke transformatie van Tienen
Verloedering
Het Tiense stationsgebouw figureerde jarenlang in de media als voorbeeld van hoe erfgoed kan verloederen in een complexe eigendomssituatie: NMBS bleef eigenaar, maar investeerde amper, terwijl de stad als dagelijks gebruiker van het mobiliteitsknooppunt steeds nadrukkelijker op actie aandrong. In 2024 kwam er een eerste kentering met de goedkeuring van een bouwaanvraag voor de restauratie van dak, gevels en schrijnwerk, gekoppeld aan de inrichting van een tijdelijk stationsgebouw op de parking achter de sporen om de reizigersfunctie te garanderen tijdens de werken. Tegelijk kondigde NMBS officieel aan het gebouw te willen verkopen en een private partner te zoeken die zowel de restauratie als de exploitatie zou opnemen. Die partner werd gevonden in de Hoegaardse bouwondernemer Tom Decuypere, die het monument in 2025 verwierf met de expliciete ambitie het “in ere te herstellen” en er opnieuw een levendige publieke plek van te maken.
Eigenaarsrol en projectregie
Sinds de verkoop is Tom Decuypere de trekkende kracht achter de renovatie van het stationsgebouw. De ondernemer werkt het restauratie- en herbestemmingsconcept uit, stuurt het vergunningsdossier aan en voert de gesprekken met NMBS, stad Tienen en erfgoeddiensten. De spoorwegmaatschappij blijft eigenaar van de perrons en de operationele spoorinfrastructuur, maar wordt voor de loketfunctie en reizigersruimtes huurder in een door Decuypere gerenoveerd casco. Deze verschuiving – van publieke vastgoedbeheerder naar huurder in een privaat ontwikkeld erfgoedgebouw – sluit aan bij een bredere NMBS‑strategie om leegstaande stationsgebouwen via partners een nieuwe invulling te geven.
De kenmerkende neoclassicistische compositie – centraal hoofdvolume met flankerende zijvleugels – blijft overeind, zodat het gebouw opnieuw als herkenbaar front aan het stationsplein kan functioneren.
Architecturale restauratie
De buitenzijde van het station blijft “grotendeels hetzelfde”, maar wordt technisch en esthetisch volledig opgewaardeerd. De restauratie omvat het vernieuwen en herstellen van het dak, het saneren en herstellen van de bepleisterde gevels, en het vervangen of restaureren van schrijnwerk, steeds binnen de randvoorwaarden van de monumentenbescherming. De kenmerkende neoclassicistische compositie – centraal hoofdvolume met flankerende zijvleugels – blijft overeind, zodat het gebouw opnieuw als herkenbaar front aan het stationsplein kan functioneren. Stabiliteitsingrepen, waartoe de burgemeester de NMBS eerder al verplichtte, worden geïntegreerd in het restauratieschema om verdere instortingsrisico’s definitief uit te sluiten.
Mix van mobiliteit en horeca
Functioneel kiest Decuypere voor een middenweg tussen klassiek station en commerciële invulling. De loketfunctie voor treinreizigers blijft behouden, maar wordt ruimtelijk verschoven richting de zijde van de bushaltes, zodat het gebouw beter inspeelt op de trein/bus-verbinding. De lokettenzaal wordt tegen 2027 als casco opgeleverd, waarna NMBS de eigen inrichting kan realiseren volgens haar huisstijl en operationele noden. In de grote centrale hal komen naar verluidt vijf of zes commerciële units, primair gericht op horeca en aanverwante functies zoals koffiebar, broodjeszaak en grab‑and‑go‑concepten.
Tijdens de uitvoering wordt de reizigersfunctie verzekerd via een tijdelijk stationsgebouw op de parking achter de sporen, met basic loket- en wachtruimtevoorzieningen. Die tijdelijke infrastructuur laat toe om het monument in één coherente restauratiefase aan te pakken, zonder dat de dagelijkse mobiliteitsstroom in het gedrang komt.
Het project valt samen met bredere ingrepen in de stationsomgeving, zoals de herinrichting van het busstation, de rotonde en de omliggende publieke ruimte.
Planning, budget en … impact
De totale investering voor de renovatie van het stationsgebouw wordt geraamd op ongeveer 2,5 miljoen euro. Indien de resterende vergunningen en administratieve stappen volgens schema verlopen, wil Decuypere in het najaar starten met de werken. De voorziene uitvoeringstermijn bedraagt iets meer dan twee jaar, wat betekent dat de heropening en ingebruikname momenteel richting 2028 geprojecteerd worden. Daarmee valt het project samen met bredere ingrepen in de stationsomgeving, zoals de herinrichting van het busstation, de rotonde en de omliggende publieke ruimte.
Voor de stad Tienen past de renovatie in het stadsvernieuwingsprogramma “Stationsomgeving Tienen, een wijk op zoek naar identiteit”, waarin het stationsgebouw expliciet als katalysator wordt benoemd. Lokale visies, onder meer van burgerbewegingen en politieke partijen, schuiven het station naar voren als spil van een groener, verkeersluwer en economisch levendiger kwartier, met aandacht voor zachte mobiliteit, korte‑ketenhandel en toeristisch‑erfgoedroutes. De restauratie onder leiding van Tom Decuypere overstijgt daardoor het niveau van louter technisch onderhoud: ze maakt van het oudste stationsgebouw van België opnieuw een actieve speler in de stedelijke transformatie van Tienen.
Foto: Stad Tienen